ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6197
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting bewaring vreemdeling door voortijdige presentatie aan Chinese autoriteiten
De vreemdeling, met de Chinese nationaliteit, was in bewaring genomen en had een asielaanvraag ingediend. De Staatssecretaris van Justitie had de maatregel van bewaring voortgezet en de vreemdeling op 15 juni 2001 aan de Chinese autoriteiten gepresenteerd, nog voordat de rechtbank een uitspraak had gedaan over de toelating.
De rechtbank overwoog dat volgens de Vreemdelingencirculaire hoofdstuk A4/22.6.2 het aanvragen van reisdocumenten of presentatie aan autoriteiten pas mag plaatsvinden na een rechterlijke uitspraak op een verzoek om voorlopige voorziening of beroep. Uitzonderingen gelden alleen bij vrijheidsontnemende maatregelen en als het verkrijgen van een vervangend reisdocument veel tijd kost, wat hier niet van toepassing was.
De presentatie aan de Chinese autoriteiten vond plaats voordat de asielaanvraag was beslist, waardoor de vreemdeling werd geconfronteerd met de autoriteiten van zijn land van herkomst terwijl hij vreesde vervolging. De rechtbank achtte deze voortzetting van bewaring onrechtmatig vanaf de datum van presentatie en verklaarde het beroep gegrond, met opheffing van de maatregel per 17 juli 2001.
Er zijn geen proceskosten toegekend aan de vreemdeling. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling werd opgeheven wegens onrechtmatige voortzetting na voortijdige presentatie aan de Chinese autoriteiten.