ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6195
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing voorlopige maatregel van bewaring wegens niet tijdige kennisgeving aan rechtbank
Eiser, van Indiase nationaliteit, werd op 9 juli 2001 betrapt op winkeldiefstal en op 11 juli 2001 in voorlopige bewaring gesteld. Deze voorlopige maatregel trad in werking na beëindiging van het strafrechtelijke voortraject. De rechtbank stelt vast dat zij niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van drie dagen na oplegging van deze maatregel is geïnformeerd, waardoor zij geen oordeel kon vormen over de rechtmatigheid van de bewaring.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is vastgesteld dat een voorlopige maatregel van bewaring gelijkgesteld moet worden met een bevel tot bewaring en dat dezelfde wettelijke waarborgen gelden als bij een definitieve maatregel. Dit betekent dat de kennisgeving aan de rechtbank ook voor voorlopige maatregelen verplicht is.
Omdat de kennisgeving niet tijdig plaatsvond en eiser ruim twintig uur onrechtmatig van zijn vrijheid werd beroofd, verklaart de rechtbank het beroep gegrond en beveelt de opheffing van de bewaring. Tevens kent de rechtbank een schadevergoeding toe voor de ten onrechte doorgebrachte tijd in bewaring, bestaande uit een vergoeding per dag in politiecel en Huis van Bewaring.
De uitspraak werd gedaan door de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage op 31 juli 2001. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de voorlopige maatregel van bewaring wordt gegrond verklaard, de bewaring wordt opgeheven en een schadevergoeding van 2.100 gulden toegekend.