ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6177
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing onrechtmatige bewaring wegens onrechtmatige staandehouding vreemdeling
De vreemdeling werd staandegehouden tijdens een verkeerscontrole waarbij de bestuurder niet kon aantonen dat het voertuig verzekerd was. De bestuurder had een geldig verblijfsdocument, maar de inzittenden, waaronder de vreemdeling, werden gevraagd hun identiteit en verblijfsrechtelijke positie aan te tonen. De vreemdeling kon hier niet aan voldoen en werd op grond van artikel 50, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000 staandegehouden.
De rechtbank oordeelt dat de verbalisant ten onrechte heeft gesuggereerd dat medewerking verplicht was, terwijl hij daartoe niet bevoegd was. Dit maakte het vermoeden van illegaal verblijf onrechtmatig verkregen. De bewaring die daarop volgde is daarmee vanaf het begin onrechtmatig.
Het beroep wordt gegrond verklaard, de bewaring wordt opgeheven met ingang van 31 mei 2001 en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding van 2.000 gulden voor 12 dagen onrechtmatige bewaring. Tevens worden de proceskosten aan de zijde van de vreemdeling toegewezen.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling wordt opgeheven wegens onrechtmatige staandehouding en onrechtmatige bewaring met toekenning van schadevergoeding.