ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6148
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C.J.A Huijgens
- M.A.A. Mondt-Schouten
- M. van Paridon
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring van minderjarige zonder scheiding van volwassenen
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het beroep van een minderjarige vreemdeling van Turkse nationaliteit die in vreemdelingenbewaring was gesteld en niet gescheiden werd gehouden van volwassen gedetineerden. De bewaring was op 14 december 2000 ambtshalve opgeheven nadat toezeggingen over overplaatsing naar een jeugdafdeling niet waren nagekomen.
De rechtbank oordeelde dat zij bevoegd was over de wijze van tenuitvoerlegging van de vreemdelingenbewaring te oordelen. Het geschil betrof of de bewaring eerder had moeten worden opgeheven en of er recht was op schadevergoeding. Het Verdrag inzake de Rechten van het Kind vereist dat kinderen die van vrijheid zijn beroofd, gescheiden worden gehouden van volwassenen tenzij dit in het belang van het kind niet is. Vast stond dat de vreemdeling niet gescheiden was gehouden.
Verweerder voerde capaciteitsproblemen aan en een voorbehoud bij het IVBPR, maar de rechtbank oordeelde dat dit voorbehoud niet op Nederland van toepassing was en dat de bewaring onrechtmatig was geworden vanaf 17 augustus 2000. De rechtbank kende een schadevergoeding van 1.000 gulden toe en veroordeelde de Staat in de proceskosten. Tegen de beslissing op schadevergoeding staat hoger beroep open.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de bewaring met ingang van 17 augustus 2000 en kent een schadevergoeding toe.