ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6099
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering verblijfvergunning wegens niet voldoen aan middelenvereiste en geen bijzondere omstandigheden
Eiseres, een Zuid-Afrikaanse vrouw, verzocht om een verblijfvergunning voor verblijf bij haar Nederlandse echtgenoot (referent) en het verrichten van arbeid. Verweerder weigerde deze vergunning omdat de referent niet voldeed aan het middelenvereiste uit de Vreemdelingencirculaire 1994. De referent ontving destijds een RWW-uitkering en stond op een wachtlijst voor een arbeidsplaats in het kader van de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW), wat volgens het beleid geen inkomen uit arbeid oplevert.
De rechtbank oordeelde dat het beleid van verweerder niet kennelijk onredelijk was en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een afwijking van het restrictieve toelatingsbeleid rechtvaardigden. Eiseres slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de referent blijvend en volledig arbeidsongeschikt was, zodat vrijstelling van het middelenvereiste gerechtvaardigd zou zijn. Ook kon de referent niet worden aangemerkt als langdurig werkloos volgens de criteria van de Vc 1994.
De rechtbank benadrukte dat de latere arbeid in WSW-verband niet meegenomen kon worden bij de beoordeling vanwege ex-tuncto toetsing. Daarnaast werd geoordeeld dat de weigering geen schending van artikel 8 EVRM Pro opleverde, aangezien eiseres nooit een vergunning had om het gezinsleven in Nederland uit te oefenen en er geen objectieve beletselen waren om het gezinsleven elders te voeren.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen aanleiding gezien tot kostenveroordeling of vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.