ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6037
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenrechtelijke procedure over eerwraak en bescherming in Armenië
Verzoekers, een Armeense neef en nicht, vreesden eerwraak vanwege hun relatie en zwangerschap, en vroegen asiel in Nederland. Verweerder wees hun aanvragen af, stellende dat de problemen familiaal waren en geen vervolgingsgrond vormden, en dat zij bescherming konden krijgen in Armenië. Verzoekers betoogden dat de Armeense politie corrupt is en hun familie connecties heeft binnen de politie, waardoor zij geen bescherming kunnen verwachten en geen veilig binnenlands alternatief hebben.
De rechtbank stelde vast dat het relaas van verzoekers niet werd betwist en dat zij een reëel risico lopen op behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. Ambtsberichten bevatten geen informatie over eerwraak in Armenië en verweerder had onvoldoende onderzoek gedaan naar de situatie. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom verzoekers bescherming zouden krijgen en een binnenlands alternatief hadden.
De beroepen werden gegrond verklaard en de bestreden beschikkingen vernietigd. De verzoeken om voorlopige voorziening werden afgewezen omdat het beroep gegrond was. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de fungerend president Catsburg op 15 november 2001.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de verblijfsaanvragen wegens onvoldoende onderzoek en wijst het beroep toe.