ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5980
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek gelijktijdige behandeling beroep vrijheidsontneming en asielaanvraag
De vreemdeling werd op 21 juni 2001 de toegang tot Nederland geweigerd en kreeg op diezelfde dag een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd ex artikel 6 Vreemdelingenwet Pro 2000. De asielaanvraag van de vreemdeling werd op 24 juni 2001 afgewezen, waarbij de vrijheidsontnemende maatregel werd gehandhaafd. De vreemdeling stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht de rechtbank om de behandeling van dit beroep aan te houden en gelijktijdig met het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag te behandelen.
De rechtbank wees dit verzoek af omdat de wetgever een termijn van tien dagen heeft gesteld voor de beoordeling van de rechtmatigheid van de vrijheidsontnemende maatregel, terwijl het niet haalbaar bleek om het beroep tegen de asielafwijzing binnen deze termijn te behandelen. De rechtbank stelde dat de gedragslijn van verweerder is om bij gegrondverklaring van het asielberoep door te plaatsen naar een opvangcentrum, conform het vastgelegde beleid.
De rechtbank oordeelde verder dat de beoordeling van de rechtmatigheid van de toegangsweigering buiten deze procedure valt en dat de vrijheidsontnemende maatregel niet in strijd is met de Vreemdelingenwet 2000. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen omdat de maatregel niet werd opgeheven.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.