ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5968
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep na opheffing bewaring vreemdeling
De Turkse vreemdeling had beroep ingesteld tegen het besluit tot voortduren van zijn bewaring. De rechtbank had eerder al geoordeeld over de rechtmatigheid van de bewaring en het voortduren daarvan. Op 25 juni 2001 heeft de verweerder de rechtbank per faxbericht geïnformeerd dat het besluit tot voortduren van de bewaring is opgeheven.
Volgens artikel 6:19, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht staat intrekking van het bestreden besluit niet in de weg aan vernietiging indien de indiener van het beroep daarbij belang heeft. De rechtbank oordeelde dat dit belang door de vreemdeling aannemelijk gemaakt moet worden. Omdat de gemachtigde van de vreemdeling niet is verschenen en de vrijheidsontneming al was beëindigd voor de zitting, was het belang bij het beroep komen te vervallen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er zijn geen aanwijzingen voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de bewaring is opgeheven en het belang bij het beroep is vervallen.