ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5968

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
2 juli 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
AWB 01/24797
Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:19 AwbArt. 8:77 AwbArt. 96 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep na opheffing bewaring vreemdeling

De Turkse vreemdeling had beroep ingesteld tegen het besluit tot voortduren van zijn bewaring. De rechtbank had eerder al geoordeeld over de rechtmatigheid van de bewaring en het voortduren daarvan. Op 25 juni 2001 heeft de verweerder de rechtbank per faxbericht geïnformeerd dat het besluit tot voortduren van de bewaring is opgeheven.

Volgens artikel 6:19, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht staat intrekking van het bestreden besluit niet in de weg aan vernietiging indien de indiener van het beroep daarbij belang heeft. De rechtbank oordeelde dat dit belang door de vreemdeling aannemelijk gemaakt moet worden. Omdat de gemachtigde van de vreemdeling niet is verschenen en de vrijheidsontneming al was beëindigd voor de zitting, was het belang bij het beroep komen te vervallen.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er zijn geen aanwijzingen voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de bewaring is opgeheven en het belang bij het beroep is vervallen.

Uitspraak

UITSPRAAK
ARRONDISSEMENTSRECHTBANK 'S-GRAVENHAGE
sector bestuursrecht
vreemdelingenkamer, enkelvoudig
__________________________________________________
UITSPRAAK
ingevolge artikel 8:77 Algemene Pro wet bestuursrecht
beroep vrijheidsontnemende maatregel
__________________________________________________
Reg.nr : AWB 01/24797 VRWET
Inzake : A, CRV-nummer [CRV-nummer], verblijfplaats onbekend, hierna te noemen de vreemdeling, gemachtigde mr. R.S. Sewdajal, advocaat te Den Haag,
tegen: de Staatssecretaris van Justitie, verweerder,
gemachtigde mr. A. Pahladsingh, ambtenaar ten departemente.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
1. De vreemdeling heeft gesteld te zijn geboren op [...] 1982 en de Turkse nationaliteit te hebben.
2.Bij kennisgeving op grond van artikel 96 Vreemdelingenwet Pro 2000 (Vw2000), ontvangen op 12 juni 2001, heeft verweerder de rechtbank bericht omtrent het voortduren van de maatregel van bewaring die verweerder bij besluit van 23 oktober 2000 de vreemdeling heeft opgelegd. Krachtens die bepaling wordt de vreemdeling na de ontvangst van deze kennisgeving geacht beroep te hebben ingesteld tegen het besluit tot voortduring van de vrijheidsontnemende maatregel.
3. Op 25 augustus 2001 heeft verweerder de bewaring ambtshalve opgeheven.
4. Openbare behandeling van dit beroep heeft plaatsgevonden op 26 juni 2001. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
II. OVERWEGINGEN
1. De rechtbank stelt voorop dat over de rechtmatigheid van de maatregel van bewaring als zodanig reeds is beslist bij uitspraak van deze rechtbank van 10 november 2000. Voorts heeft deze rechtbank laatstelijk bij uitspraak van 5 juni 2001 geoordeeld dat het voortduren van de bewaring niet strijdig was met het bepaalde in artikel 96, vierde lid, Vw2000.
2. Verweerder heeft de rechtbank op 25 juni 2001 per faxbericht ervan in kennis gesteld dat het besluit tot voortduren van de bewaring per diezelfde datum is opgeheven. Een afschrift van dit bericht is verzonden aan de gemachtigde van de vreemdeling.
3. Ingevolge artikel 6:19, derde lid Awb, staat intrekking van het bestreden besluit, niet in de weg aan vernietiging van dat besluit indien de indiener van het beroepschrift daarbij belang heeft.
4. De rechtbank is van oordeel dat dit belang door de vreemdeling aannemelijk gemaakt moet worden. Aangezien de gemachtigde van de vreemdeling ter zitting niet is verschenen, is de rechtbank van oordeel dat nu de vrijheidsontneming voor de zitting reeds een einde genomen heeft, het belang bij het onderhavige beroep is vervallen. Het beroep wordt om die reden niet-ontvankelijk verklaard.
5. Van omstandigheden op grond waarvan een van de partijen zou moeten worden veroordeeld in de door de andere partij gemaakte proceskosten, is de rechtbank niet gebleken.
III. BESLISSING
De Arrondissementsrechtbank 's-Gravenhage
RECHT DOENDE:
Verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
IV. RECHTSMIDDEL
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Aldus gedaan door mr. G.P. Kleijn en uitgesproken in het openbaar op
2 juli 2001, in tegenwoordigheid van J.A.M. Verbakel-van Leeuwen, griffier.
afschrift verzonden op: 2 juli