ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5958
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzetting asielzoeker uit Nigeria
Verzoeker, een Nigeriaanse asielzoeker, heeft een aanvraag tot toelating als vluchteling ingediend na te zijn gevlucht voor vermeende dwang tot toetreding tot de geheime broederschap ROF. Hij stelde te vrezen voor vervolging en mishandeling, waaronder een voodoo-aanval die tot tijdelijke blindheid leidde. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen wegens onvoldoende bewijs van geloofwaardigheid en het ontbreken van een reëel risico op vervolging.
Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen gedurende de bezwaarprocedure. De rechtbank overwoog dat de oude schorsingsregeling van toepassing bleef op besluiten genomen vóór de inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet 2000. Uit het onderzoek bleek dat verzoeker meerderjarig was bij binnenkomst en dat zijn asielverhaal onvoldoende aannemelijk was, mede vanwege het ontbreken van medische documentatie en tegenstrijdigheden in zijn relaas.
De rechtbank concludeerde dat er geen redelijke twijfel bestond over het ontbreken van aanspraak op een verblijfsvergunning op grond van asiel of humanitaire redenen. Ook het beroep op traumabeleid werd verworpen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en uitzetting mocht doorgaan.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen uitzetting wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van het asielrelaas en het ontbreken van een reëel risico op vervolging.