ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5933
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging voorlopige maatregel van bewaring wegens gebrek aan wettelijke grondslag
Eiser, van (gestelde) Turkse nationaliteit, zat sinds 14 maart 2001 in voorlopige hechtenis vanwege een strafrechtelijke verdenking. Tijdens zijn detentie werden meerdere voorlopige maatregelen van bewaring opgelegd, waaronder op 31 mei en 27 juni 2001. De voorlopige maatregel van bewaring is bedoeld om te voorkomen dat een vreemdeling na afloop van strafrechtelijke detentie in de illegaliteit verdwijnt.
De rechtbank oordeelt dat de voorlopige maatregel van 31 mei 2001 reeds was geëxpireerd en dat eiser geen belang meer had bij de beoordeling hiervan, waardoor het beroep daarop niet-ontvankelijk werd verklaard. Ten aanzien van de maatregel van 27 juni 2001 stelt de rechtbank vast dat deze maatregel ontbreekt aan een wettelijke grondslag, omdat de bevoegdheid tot bewaring na strafrechtelijke detentie uitsluitend is geregeld in artikel 50, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, en dat de buitenwettelijke voorlopige maatregel van bewaring geen plaats heeft.
De rechtbank benadrukt dat het vervoer van een vreemdeling na strafrechtelijke detentie en het horen met het oog op uitzetting wettelijk is geregeld en dat de voorlopige maatregel niet als zelfstandige rechtsgrond kan worden gebruikt. De maatregel van 27 juni 2001 wordt daarom vernietigd. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser. De uitspraak is gedaan door rechter H.P.M. Meskers op 5 juli 2001.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van 31 mei 2001 is niet-ontvankelijk verklaard en het besluit van 27 juni 2001 is vernietigd wegens gebrek aan wettelijke grondslag.