ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5927
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergunning tot verblijf op grond van driejarenbeleid wegens contra-indicaties identiteit
Eiser verzocht om een vergunning tot verblijf (vtv) op grond van het driejarenbeleid. De aanvraag werd geweigerd omdat er ernstige twijfels bestonden over zijn Liberiaanse nationaliteit en de betrouwbaarheid van zijn verklaringen. De rechtbank stelt vast dat eiser sinds 1992 onjuiste en tegenstrijdige informatie verstrekte over zijn identiteit, ondanks eerdere waarschuwingen en een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State die de afwijzing van zijn asielaanvraag bevestigde.
Het driejarenbeleid stelt dat een vtv kan worden geweigerd bij contra-indicaties, waaronder het verstrekken van onjuiste gegevens en ernstige twijfels over identiteit. Hoewel er in 1997 een versoepeling van de contra-indicatie werd doorgevoerd, blijft deze in beginsel van toepassing op eiser. Eiser weigerde mee te werken aan onderzoek naar zijn identiteit, wat de contra-indicatie versterkt.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht de contra-indicatie heeft toegepast en dat er geen sprake is van drie jaar relevant tijdsverloop in de lopende procedure. Er zijn geen klemmende humanitaire redenen die een vergunning rechtvaardigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de vergunning tot verblijf wordt bevestigd.