ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5901
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek gezinshereniging en vaststelling verantwoordelijke lidstaat asielprocedure
Verzoekers, een moeder en haar minderjarige zoon van Iraanse nationaliteit, hebben in Nederland asiel aangevraagd. De staatssecretaris heeft een Dublinclaim gelegd bij Oostenrijk, dat deze heeft geaccepteerd, waardoor Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvragen van de gezinsleden. De echtgenoot van verzoekster, vader van verzoeker, is in Nederland toegelaten tot een asielprocedure.
De kern van het geschil betreft welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvragen van de gezinsleden en hoe de factoren uit het beleid (Vc 2000 C1/2.3.3) dienen te worden gewogen. De president oordeelt dat deze weging voorbehouden is aan de lidstaten onderling en dat toetsing door de rechter slechts mogelijk is bij een kennelijk onredelijk resultaat, wat hier niet is vastgesteld.
De staatssecretaris heeft toegezegd de Oostenrijkse autoriteiten te verzoeken de asielaanvraag van de echtgenoot over te nemen en verzoekers uitstel van vertrek te verlenen totdat hierover een beslissing is genomen. Indien Oostenrijk niet akkoord gaat, zal Nederland alsnog inhoudelijk de aanvragen beoordelen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzoek om Nederland als verantwoordelijke lidstaat aan te wijzen wordt afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard.