ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5885
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning Iraakse asielzoeker wegens onvoldoende toetsing Noord-Irak als vestigingsalternatief
Eiser, een Iraakse asielzoeker, diende in november 1997 aanvragen in voor toelating als vluchteling en een verblijfsvergunning wegens humanitaire redenen. Verweerder weigerde deze aanvragen en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank beoordeelt dat verweerder niet tijdig op de aanvragen heeft beslist, maar dat dit gebrek geen vernietiging rechtvaardigt.
De rechtbank stelt vast dat verweerder terecht heeft afgewezen dat eiser vluchteling is, omdat geen gegronde vrees voor vervolging is aangetoond. Eisers activiteiten voor de Patriottische Unie van Koerdistan waren marginaal en onvoldoende om vervolging aannemelijk te maken. Ook is geen schending van artikel 3 EVRM Pro vastgesteld, zodat geen verblijfsvergunning op humanitaire gronden toekomt.
Wel oordeelt de rechtbank dat verweerder onvoldoende heeft onderzocht of eiser banden heeft met Noord-Irak, dat als veilig vestigingsalternatief geldt. Hierdoor is het besluit op dit punt onvoldoende gemotiveerd en strijdig met artikel 7:12 Awb Pro. Daarom wordt het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
De rechtbank wijst het beroep voor het overige af en veroordeelt verweerder in de proceskosten en griffierechten. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd vanwege onvoldoende toetsing van het vestigingsalternatief Noord-Irak en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.