ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5833
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens onvoldoende vermoeden vals paspoort
Eiser, van Chinese nationaliteit, werd op 21 mei 2001 in bewaring gesteld wegens het aanbieden van een vermoedelijk vals Belgisch paspoort bij de doorlaatpost Schiphol. De rechtbank toetste marginaal of de aanhouding rechtmatig was en concludeerde dat er onvoldoende feiten waren die een redelijk vermoeden van schuld konden onderbouwen. De enkele mededeling dat eiser van de controlepost wegliep, was onvoldoende.
Het proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee, opgemaakt na heropening van het onderzoek, vermeldde wel valsheidkenmerken, maar gaf geen inzicht of deze duidelijk waarneembaar waren op het moment van aanhouding. Ook was onduidelijk of de verbalisanten op de hoogte waren van het vermoeden toen zij de aanhouding verrichtten.
De rechtbank oordeelde dat de aanhouding en bewaring in strijd waren met artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafvordering, omdat het vereiste redelijk vermoeden van schuld ontbrak. Daarom werd het beroep gegrond verklaard en de bewaring opgeheven per 12 juni 2001. Tevens werd eiser een schadevergoeding toegekend en werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De bewaring van eiser wordt opgeheven wegens het ontbreken van een redelijk vermoeden van schuld en eiser wordt schadeloos gesteld.