ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5828
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning wegens schijnrelatie na onderzoek Regionaal Interdisciplinair Fraudeteam
Eiseres, een Marokkaanse vrouw, kreeg een verblijfsvergunning op grond van een relatie met een Nederlandse partner, C. Na een onderzoek van het Regionaal Interdisciplinair Fraudeteam naar schijnrelaties, waarbij eiseres en C werden gehoord en een adresonderzoek plaatsvond, concludeerde de Immigratie- en Naturalisatiedienst dat sprake was van een schijnrelatie. C verklaarde tegenover de Vreemdelingendienst dat hij met eiseres een schijnrelatie was aangegaan en niet samenwoonde.
Eiseres betoogde dat het onderzoek een onrechtmatige inbreuk op haar recht op privéleven (artikel 8 EVRM Pro) vormde en dat het onderzoek onzorgvuldig was uitgevoerd, onder meer omdat ontlastende verklaringen niet werden meegewogen en D niet persoonlijk werd gehoord. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek binnen de wettelijke grenzen van evenredigheid en subsidiariteit was uitgevoerd en dat geen sprake was van willekeurige inmenging. De verklaringen van C en zijn buren werden als betrouwbaar beoordeeld en ondersteunden de conclusie van een schijnrelatie.
De rechtbank verwierp het beroep van eiseres en bevestigde de intrekking van de vergunning op grond van artikel 12 van Pro de Vreemdelingenwet 1965. Tevens oordeelde de rechtbank dat geen sprake was van humanitaire gronden die verblijf in Nederland zouden rechtvaardigen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet aan eiseres toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wegens schijnrelatie wordt ongegrond verklaard.