ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5763
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- R.H.M. Bruin
- H.C. Greeuw
- E. de Rooij
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep asielaanvraag Koerdische vluchteling tegen weigering toelating en bescherming
Eiser, een Koerdische man uit Noord-Irak en voormalig lid van de Patriottische Unie Koerdistan (PUK), vreesde vervolging door de Islamitische Beweging in Koerdistan (IMIK) na het aangeven van een dader van een aanslag. Hij verbleef enige tijd onder bescherming van de PUK, maar vertrok uit angst voor overdracht aan de IMIK. De rechtbank acht het relaas van eiser geloofwaardig en concludeert dat hij daadwerkelijk in de negatieve aandacht van de IMIK staat.
De rechtbank oordeelt dat de PUK niet in alle gevallen effectieve bescherming kan of wil bieden tegen vervolgingsdaden door de IMIK. De aanwezigheid van een rechtsorde in Noord-Irak betekent niet automatisch dat bescherming gegarandeerd is. De rechtbank vernietigt daarom de bestreden beschikking waarin de asielaanvraag werd afgewezen en beveelt een nieuwe beslissing waarbij rekening wordt gehouden met de individuele omstandigheden.
Tegelijkertijd verklaart de rechtbank het beroep tegen de intrekking van de voorwaardelijke vergunning tot verblijf ongegrond, aangezien de beleidswijziging van de overheid gerechtvaardigd is en terugkeer naar Noord-Irak niet langer als van bijzondere hardheid wordt beschouwd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. De rechtbank veroordeelt de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van toelating als vluchteling wordt gegrond verklaard en de bestreden beschikking vernietigd.