ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5740
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens ontbreken plaatsingsbeschikking bij overplaatsing vreemdeling
De vreemdeling, een staatloos Palestijn, werd op 8 augustus 2001 de toegang tot Nederland geweigerd en vervolgens vrijheidsontnemend geplaatst in het Grenshospitium. Op 12 september 2001 werd hij wegens een hongerstaking overgeplaatst naar het Penitentiair Complex Scheveningen (PCS) met een plaatsingsbeschikking. Op 19 september 2001 keerde hij terug naar het Grenshospitium, maar zonder dat hiervoor een nieuwe plaatsingsbeschikking was genomen.
Verweerder stelde dat voor deze terugplaatsing geen plaatsingsbeschikking nodig was op grond van artikel 7 van Pro het Reglement regime grenslogies en artikel 5.5 van het Vreemdelingenbesluit 2000. De rechtbank oordeelde dat artikel 7 geen Pro grondslag bood en dat artikel 5.5 niet van toepassing was omdat de overplaatsing langer dan een korte duur betrof. Tevens bleek niet dat de directeur van het grenslogies daadwerkelijk gebruik had gemaakt van artikel 7.
De rechtbank concludeerde dat de vrijheidsontnemende maatregel niet in overeenstemming was met de vereiste plaatsingsbeschikking en verklaarde het beroep gegrond. De maatregel werd niet opgeheven vanwege onduidelijkheid bij de directeuren en het gezondheidsbelang van de vreemdeling. Verweerder werd veroordeeld de tenuitvoerlegging uiterlijk 5 oktober 2001 in overeenstemming te brengen met de juiste plaatsingsbeschikking en in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens het ontbreken van een vereiste plaatsingsbeschikking, maar de vrijheidsontnemende maatregel blijft gehandhaafd.