ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5584
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- G. Blomsma
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting Somalische asielzoekster wegens onveilige situatie in Ethiopië
Verzoekster, een Somalische vrouw afkomstig uit Mogadishu, diende een asielaanvraag in na te zijn gevlucht vanwege oorlog en persoonlijke bedreigingen. Haar aanvraag werd afgewezen omdat geen gegronde vrees voor vervolging in Somalië werd vastgesteld en zij niet voldeed aan de criteria voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
De rechtbank overwoog dat de algemene situatie in Somalië onvoldoende aanknopingspunten bood voor vluchtelingenstatus en dat verzoekster geen persoonlijk risico liep op foltering of onmenselijke behandeling bij terugkeer. Wel verbleef verzoekster voorafgaand aan haar komst naar Nederland in Ethiopië, wat volgens de vreemdelingenwet een verblijfsalternatief kan vormen.
Echter bleek uit algemene landeninformatie en het individuele relaas van verzoekster dat Ethiopië, vooral voor vrouwen, geen veilig verblijfsland is vanwege veiligheidsproblemen zoals banditisme en verkrachtingen. De rechtbank oordeelde dat toepassing van de contra-indicatie in artikel 31, tweede lid, onder j, Vw 2000 onjuist was en wees het verzoek om een voorlopige voorziening toe, waardoor uitzetting werd verboden totdat op bezwaar is beslist.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe en verbiedt de uitzetting van verzoekster totdat op bezwaar is beslist.