ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5516
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens ontbreken actueel redelijk vermoeden illegaal verblijf
Eiser, van Chinese nationaliteit, werd op 27 april 2001 staande gehouden in een Chinees afhaalrestaurant tijdens een controle door de Vreemdelingendienst op grond van artikel 50 Vreemdelingenwet Pro 2000. Verweerder stelde dat historische ervaringsgegevens, namelijk eerdere aantreffingen van illegale vreemdelingen in hetzelfde bedrijf in 1996 en 1998, een redelijk vermoeden van illegaal verblijf rechtvaardigden.
De rechtbank oordeelde dat deze historische gegevens, gezien het tijdsverloop van bijna drie jaar, niet zonder meer als feiten en omstandigheden in de zin van artikel 50, eerste lid, Vw 2000 kunnen worden aangemerkt. Er was geen onderzoek verricht naar mogelijke veranderingen in het bedrijf die het vermoeden zouden kunnen beïnvloeden. Tevens was eiser niet tijdig geïnformeerd over zijn recht op bijstand van een raadsman tijdens het verhoor, wat een schending van een essentiële waarborg volgens artikel 4.18 van het Vreemdelingenbesluit betekent.
Gelet op deze onrechtmatigheden verklaarde de rechtbank het beroep gegrond, beval de opheffing van de bewaring met ingang van 8 mei 2001 en kende eiser een schadevergoeding toe van f 1.950,- voor de periode van detentie. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.
Uitkomst: De bewaring is onrechtmatig verklaard en opgeheven, met toekenning van schadevergoeding aan eiser.