ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5473
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens onterecht vermoeden illegaal verblijf Nigeriaanse vreemdeling
Een Nigeriaanse vrouw werd tijdens een controle in een seksclub werkend aangetroffen en staande gehouden omdat zij zich niet kon identificeren. De Staatssecretaris van Justitie legde daarop een maatregel van bewaring op wegens vermoedelijk illegaal verblijf. De rechtbank oordeelde echter dat het enkel werkend aantreffen in een seksclub geen redelijk vermoeden van illegaal verblijf oplevert. Ook het ontbreken van een identiteitsbewijs tijdens de controle is niet zonder meer een aanwijzing voor illegaal verblijf, zeker niet omdat de staandehouding plaatsvond voordat werd vastgesteld dat zij geen identiteitsdocument had.
De rechtbank benadrukte dat artikel 151a van de Gemeentewet toezichthouders weliswaar bevoegdheid geeft om inzage in identiteitsdocumenten te vorderen bij prostitutiecontrole, maar dit moet gebeuren met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel en alleen bij aanwijzingen van illegaal verblijf, minderjarigheid of niet-naleving van de verordening. In deze zaak ontbraken dergelijke aanwijzingen.
De bewaring werd daarom onrechtmatig geoordeeld. De rechtbank kende de vreemdeling een schadevergoeding toe van 1600 gulden voor de acht dagen onrechtmatige vrijheidsontneming op het politiebureau. De Staatssecretaris werd tevens veroordeeld in de proceskosten. Tegen het besluit tot bewaring stond hoger beroep open, maar de bewaring was inmiddels opgeheven omdat de vreemdeling was uitgezet naar Spanje.
Uitkomst: De bewaring van de Nigeriaanse vreemdeling was onrechtmatig, waardoor zij een schadevergoeding van 1600 gulden toegekend kreeg.