ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5471
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige staandehouding wegens ontbreken redelijk vermoeden illegaal verblijf
Eiser, van gestelde Algerijnse nationaliteit, werd op 7 mei 2001 op grond van een redelijk vermoeden van illegaal verblijf staande gehouden en in bewaring gesteld. Dit vermoeden was gebaseerd op het feit dat eiser zich bevond in een woning waar ook een met naam bekende illegale vreemdeling werd aangehouden.
De rechtbank toetste het begrip 'redelijk vermoeden' strikt en concludeerde dat de ervaringsgegevens waarop verweerder zich baseerde onvoldoende concreet en controleerbaar waren. De stelling dat personen die verblijven in een woning met een illegale vreemdeling meestal ook illegaal verblijven, werd niet onderbouwd met objectieve onderzoeksgegevens.
Daarom oordeelde de rechtbank dat er geen feiten en omstandigheden waren die een redelijk vermoeden van illegaal verblijf opleverden. De bewaring van eiser werd als onrechtmatig beschouwd en het beroep van eiser werd gegrond verklaard.
De rechtbank beval de opheffing van de bewaring per 21 mei 2001 en kende eiser een schadevergoeding toe voor de periode van onrechtmatige vrijheidsontneming. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een strikte toetsing van het redelijk vermoeden bij staandehouding en de noodzaak van concrete en verifieerbare feiten bij het gebruik van ervaringsgegevens.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, heft de bewaring op en kent eiser een schadevergoeding toe wegens onrechtmatige vrijheidsontneming.