ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5469
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.P. Smit
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige staandehouding en bewaring wegens vermeend illegaal verblijf inzittenden bedrijfsauto
Eiser werd op 30 april 2001 in bewaring gesteld nadat hij in een onverzekerde bedrijfsauto werd aangetroffen. De politie hield de inzittenden staande op grond van een vermoeden van illegaal verblijf, mede vanwege het feit dat de bestuurder een Kroatisch rijbewijs en een W-document toonde. De rechtbank stelde vast dat de auto rechtmatig kon worden gecontroleerd op basis van de Wegenverkeerswet, maar dat de controle van de inzittenden niet rechtmatig was omdat de bestuurder zich met een W-document had geïdentificeerd, wat rechtmatig verblijf aantoont.
De rechtbank oordeelde dat er geen objectieve feiten en omstandigheden waren die een redelijk vermoeden van illegaal verblijf van de overige inzittenden rechtvaardigden. Het standpunt van verweerder dat de staandehouding rechtmatig was vanwege de aanwezigheid van eiser in de laadruimte of algemene politietaken werd verworpen. De staandehouding werd daarom als onrechtmatig aangemerkt.
Als gevolg hiervan werd de bewaring van eiser onrechtmatig geoordeeld en werd de opheffing van de bewaring bevolen per 10 mei 2001. Daarnaast kende de rechtbank eiser een schadevergoeding toe van 1.550 gulden voor de onrechtmatige vrijheidsontneming en veroordeelde de Staat tot betaling van de proceskosten van 710 gulden. Het beroep werd gegrond verklaard.
Uitkomst: De bewaring van eiser wordt opgeheven wegens onrechtmatige staandehouding en de Staat wordt veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten.