ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5464
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning HIV-positieve asielzoeker wegens onduidelijke identiteit en nationaliteit
Eiser, een HIV-geïnfecteerde asielzoeker, heeft een aanvraag om toelating als vluchteling ingediend. Zijn identiteit en nationaliteit zijn niet vastgesteld vanwege leugens en het ontbreken van betrouwbare documenten. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) heeft zijn aanvraag afgewezen en geweigerd een verblijfsvergunning te verlenen op humanitaire gronden.
De kern van het geschil is of uitzetting van eiser een schending van artikel 3 EVRM Pro inhoudt, omdat hij in het land van herkomst mogelijk geen adequate medische behandeling kan krijgen. De rechtbank stelt vast dat het niet mogelijk is om te bepalen naar welk land eiser uitgezet zal worden, waardoor toetsing aan artikel 3 EVRM Pro niet kan plaatsvinden.
De rechtbank oordeelt dat de weigering van een verblijfsvergunning geen onmenselijke behandeling oplevert, mede omdat eiser zelf verantwoordelijk is voor de onduidelijkheid over zijn identiteit. Tevens is niet aannemelijk gemaakt dat behandeling in Nederland tijdens illegaal verblijf zal worden beëindigd.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en benadrukt dat bij een concrete uitzettingsmogelijkheid opnieuw toetsing aan artikel 3 EVRM Pro zal plaatsvinden. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van de HIV-positieve asielzoeker wordt ongegrond verklaard vanwege onduidelijke identiteit en onmogelijkheid tot toetsing aan artikel 3 EVRM.