ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5442
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting Iraakse Koerdische asielzoeker wegens onvoldoende bescherming
Verzoeker, afkomstig uit Noord-Irak en lid van de Koerdische bevolkingsgroep, heeft een toelatingsaanvraag als vluchteling ingediend die is afgewezen. Hij was actief voor de Patriottische Unie van Koerdistan (PUK) en heeft in 1996 voor de PUK gevochten. Diverse familieleden van verzoeker werden door Iraakse autoriteiten gezocht, mishandeld of vermoord.
Verzoeker maakte bezwaar tegen de afwijzing en vroeg een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen zolang het bezwaar niet was behandeld. De rechtbank oordeelt dat verweerder de beslistermijn overschreden heeft, maar dat dit niet betekent dat hij geen belang hecht aan uitzetting.
De rechtbank stelt vast dat verzoeker zich niet als belangrijke tegenstander van het Iraakse regime heeft gemanifesteerd, maar dat negatieve aandacht vanwege familieactiviteiten niet is uitgesloten. De PUK kan verzoeker onvoldoende bescherming bieden. Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen en wordt uitzetting verboden zolang het bezwaar loopt.
Uitkomst: De rechtbank verbiedt de uitzetting van verzoeker zolang op zijn bezwaarschrift niet is beslist.