ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5439
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en verblijfsvergunning wegens ongeloofwaardig asielrelaas en contra-indicaties
Eisers, etnisch Albanezen uit Kosovo, vroegen in 1994 asiel aan in Nederland. Zij stelden eerder asiel te hebben aangevraagd in Duitsland, waarna zij terugkeerden naar Kosovo en later naar Nederland vluchtten. De rechtbank acht het asielrelaas ongeloofwaardig, mede omdat eisers hun tweede asielaanvraag in Duitsland verzwegen en ondanks confrontatie deze bewering handhaafden.
Nader onderzoek toonde aan dat eisers tussen maart 1993 en januari 1994 in Duitsland verbleven en een tweede asielaanvraag deden, die werd afgewezen. De rechtbank oordeelt dat verweerder op goede gronden de aanvragen om vluchtelingenstatus en verblijfsvergunning heeft afgewezen, omdat geen gegronde vrees voor vervolging of andere humanitaire redenen aannemelijk zijn.
Het beroep op het traumatabeleid wordt verworpen omdat de gestelde gebeurtenissen niet aannemelijk zijn. Ook het beroep op het driejarenbeleid faalt, aangezien geen toezegging is gedaan en de contra-indicaties rechtvaardigen de weigering. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de beslissing is onherroepelijk.
Uitkomst: Het beroep van eisers wordt ongegrond verklaard en de verblijfsvergunning wordt geweigerd wegens ongeloofwaardig asielrelaas en contra-indicaties.