ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5417
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortduring bewaring vreemdeling en toekenning schadevergoeding
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het beroep van een Turkse vreemdeling tegen het voortduren van zijn bewaring en de daaraan verbonden uitzettingsmaatregelen. De bewaring was opgelegd op 28 september 2000 en werd op 24 mei 2001 opgeheven, waarna de vreemdeling werd uitgezet.
Verweerder stelde dat hij de uitspraak van de voorlopige voorziening pas op 2 mei 2001 had ontvangen en dat de kennisgeving van voortzetting van de bewaring tijdig was gedaan. De rechtbank stelde echter vast dat de kennisgeving ex artikel 96 Vreemdelingenwet Pro 2000 uiterlijk op 1 mei 2001 had moeten plaatsvinden, en dat het niet tijdig doen hiervan een essentieel formeel gebrek vormde.
De rechtbank oordeelde dat de bewaring vanaf 2 mei 2001 onrechtmatig was en kende de vreemdeling een schadevergoeding toe van 3.300 gulden voor 22 dagen onrechtmatige bewaring. Tevens werden de proceskosten aan de zijde van de vreemdeling toegewezen. Tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling was vanaf 2 mei 2001 onrechtmatig en er werd een schadevergoeding van 3.300 gulden toegekend.