ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5413
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid bewaring en uitzetting Liberiaanse vreemdeling
De Liberiaanse vreemdeling werd in bewaring gesteld wegens het ontbreken van een geldige verblijfsvergunning en identiteitsbewijs, en het vermoeden dat hij zich aan uitzetting zou onttrekken. Na indiening van een aanvraag om toelating werd de grondslag van de bewaring tijdig aangepast door verweerder.
De rechtbank stelde vast dat de staandehouding rechtmatig was, ondanks dat de vreemdeling zich met een Liberiaans rijbewijs kon legitimeren, omdat dit document geen verblijfsrechtelijke positie vaststelt. Verder werd geoordeeld dat uitzetting niet valt onder bestuursdwang zoals bedoeld in de Awb, waardoor geen schriftelijke beslissing vooraf vereist is.
Ook werd overwogen dat de wijziging van de grondslag van de bewaring geen nieuwe hoorplicht met zich meebrengt, zelfs niet als de bewaring voorafgaand aan de wijziging onverplicht werd opgeheven. De rechtbank vond dat verweerder voldoende voortvarend te werk ging met de uitzetting.
Gezien deze overwegingen oordeelde de rechtbank dat de bewaring niet onrechtmatig was en dat het beroep ongegrond is. Er werden geen proceskosten aan een partij toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de oplegging van de bewaring wordt ongegrond verklaard.