ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5398
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewaring en bevoegdheid staandehouding vreemdelinge in bordeel
Op 3 mei 2001 werd een Moldavische vreemdelinge staandegehouden in een bordeel te Amsterdam, waar zij haar diensten als prostituee aanbood. De verbalisanten, belast met toezicht op de naleving van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Amsterdam, oefenden hun bevoegdheid uit op grond van artikel 151a van de Gemeentewet en vorderden inzage van een identificatiedocument. De vreemdelinge voerde aan dat er geen redelijk vermoeden van illegaal verblijf was, dat de verbalisanten niet bevoegd waren om diverse ruimten te doorzoeken en dat zij onzorgvuldig in het Engels was gehoord.
De rechtbank stelde vast dat noch de Awb noch de Gemeentewet een redelijk vermoeden vereisen voor het uitoefenen van deze bevoegdheden. Het betoog over onbevoegd doorzoeken faalde omdat het zoeken naar personen in het pand niet gelijkstaat aan het doorzoeken van kasten en bergplaatsen. De vreemdelinge kon zich voldoende in het Engels uitdrukken en begreep de vragen. De maatregel van bewaring was niet in strijd met de Vreemdelingenwet 2000 en niet onredelijk.
Het beroep tegen de bewaring werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van de rechtbank 's-Gravenhage op 18 mei 2001.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.