ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5370
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep en voorlopige voorziening tegen vrijheidsontneming en weigering vluchtelingenstatus
Verzoekster, een Congolese vrouw, vordert schorsing van haar uitzetting en beroep tegen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie. De zaak betreft de toepassing van het oude recht op grond van de Vreemdelingenwet (Vw) tot 1 april 2001.
De rechtbank oordeelt dat de algemene situatie in de Democratische Republiek Congo (DRC) niet zodanig is dat asielzoekers uit dat land zonder meer als vluchteling kunnen worden aangemerkt. Verzoekster slaagt er niet in aannemelijk te maken dat zij persoonlijk vervolging vreest. Haar verklaringen over de arrestatie van haar vader en haar verblijfplaats zijn tegenstrijdig en onvoldoende betrouwbaar.
Verder stelt de rechtbank vast dat de vrijheidsontneming van verzoekster rechtmatig is en dat de overgang van het oude naar het nieuwe recht geen effect heeft op de geldigheid van de plaatsingsbeschikking. Het beroep tegen de vrijheidsontneming en het verzoek om schadevergoeding worden ongegrond verklaard. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan belang.
Uitkomst: Het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van vluchtelingenstatus en vrijheidsontneming worden afgewezen.