ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5090
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige aanhouding wegens ontbreken algemene identificatieplicht in woning
Eiser werd in een woning aangetroffen en door de politie gevraagd naar zijn identiteitspapieren. De politie baseerde deze vraag op artikel 2 van Pro de Politiewet 1993, maar de rechtbank oordeelde dat dit artikel geen algemene bevoegdheid tot het vragen van identiteitspapieren verleent, zeker niet binnen een woning zonder strafrechtelijke of openbare orde handhaving.
De rechtbank stelde vast dat er geen andere wettelijke bepaling is die een algemene identificatieplicht oplegt en dat de Wet op de Identificatieplicht slechts beperkte bevoegdheden kent in specifieke situaties. Hierdoor kon uit het niet tonen van papieren geen redelijk vermoeden van illegaal verblijf worden afgeleid, en was de daarop gebaseerde aanhouding onrechtmatig.
De daaropvolgende ophouding en bewaring waren eveneens onrechtmatig. De rechtbank besloot de bewaring op te heffen en kende eiser een schadevergoeding toe van 1600 gulden voor acht dagen onrechtmatige vrijheidsontneming. Tevens werden de proceskosten van eiser toegewezen.
Uitkomst: De bewaring van eiser werd opgeheven wegens onrechtmatige aanhouding en de Staat werd veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten.