ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5088
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek en verblijfsvergunning wegens niet-ontvankelijkheid en ongeloofwaardig relaas
Eiser, afkomstig uit de Democratische Republiek Congo (DRC), verzocht om toelating als vluchteling en subsidiair om een verblijfsvergunning vanwege humanitaire redenen. Hij stelde te vrezen voor vervolging vanwege zijn vermeende hulp aan de Hutu’s en de dood van zijn familieleden tijdens een conflict. Na eerdere asielaanvragen in Nederland gebruikte hij verschillende personalia, wat de geloofwaardigheid van zijn verhaal ondermijnde.
De rechtbank stelde vast dat eiser de gronden van zijn beroep niet tijdig had ingediend, ondanks een hersteltermijn, en dat verweerder de stukken slechts één dag te laat had ingediend. De rechtbank oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard wegens het ontbreken van tijdige gronden, maar zag af van deze sanctie vanwege de geringe termijnoverschrijding door verweerder.
Inhoudelijk vond de rechtbank het asielrelaas ongeloofwaardig, onder meer vanwege tegenstrijdigheden en onwaarschijnlijke verklaringen over arrestatie, detentie en ontsnapping. Ook was onvoldoende aannemelijk dat eiser als vluchteling bescherming behoefde. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond was en bevestigde de afwijzing van het verzoek om verblijfsvergunning. Er werd geen vergoeding van kosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van het asielverzoek en verblijfsvergunning bevestigd.