ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5043
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onzorgvuldige procedure en beoordeling
Verzoekster, een Palestijnse vrouw met drie minderjarige kinderen, diende op 4 augustus 2001 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. De aanvraag werd behandeld binnen de versnelde AC-procedure, waarna de Staatssecretaris van Justitie op 7 augustus 2001 de aanvraag afwees. Verzoekster stelde beroep in en vroeg tevens voorlopige voorzieningen tegen haar uitzetting.
De rechtbank hield op 14 augustus 2001 een zitting waarin verzoekster haar persoonlijke situatie toelichtte, waaronder de dreiging vanuit Fatah en haar status als weduwe van een Hamas-lid. De rechtbank oordeelde dat de AC-procedure niet passend was vanwege onvoldoende kennisvergaring en onzorgvuldigheden in de beoordeling van de asielmotieven.
De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar de persoonlijke omstandigheden van verzoekster en dat diens bezwaren tegen het relaas van verzoekster onvoldoende waren onderbouwd. De afwijzing van de aanvraag werd daarom vernietigd en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. De verzoeken om voorlopige voorzieningen werden afgewezen en verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.