ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5009
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroep verblijfsvergunning
Eiser, een Afghaan, had beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie met betrekking tot zijn verblijfsvergunning. Op 7 oktober 2000 werd hem een verblijfsvergunning zonder beperking verleend, die op grond van de Vreemdelingenwet 2000 op 1 april 2000 van rechtswege werd aangemerkt als een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Het beroep van eiser was gericht op het verkrijgen van de status van toegelaten vluchteling.
Eiser trok zijn beroep in omdat door de wetswijziging het belang bij voortzetting van de procedure was komen te vervallen. Hij verzocht de rechtbank om de Staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank overwoog dat van tegemoetkomen sprake is indien het bestuursorgaan het door de indiener van het beroepschrift gewenste besluit geheel of gedeeltelijk neemt, tenzij het besluit kennelijk op andere gronden is genomen dan door de indiener is aangevoerd. In deze zaak was de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd verleend van rechtswege door de inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet 2000 en niet vanwege het beroep van eiser.
Daarom wees de rechtbank het verzoek om proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat de verblijfsvergunning van rechtswege is verleend en geen verband houdt met het beroep.