ECLI:NL:RBSGR:2001:AD4990
Rechtbank 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Valk
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor overtreding aanplakverbod in Delft ondanks beroep op vrijheid van meningsuiting
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde in hoger beroep een zaak waarin verdachte werd vervolgd wegens het zonder toestemming aanbrengen van pamfletten op een pand, in strijd met artikel 49 lid 2 sub a van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Delft 1992. Verdachte voerde aan dat het slechts tijdelijke bevestiging betrof zonder schade en dat dit onder de vrijheid van meningsuiting viel.
De rechtbank verwierp het verweer en oordeelde dat de APV een ruime strekking heeft die ook andere geschriften en wijze van aanbrengen omvat. De beperking van het aanplakken is volgens de rechtbank gerechtvaardigd en niet in strijd met artikel 7 van Pro de Grondwet of artikel 10 lid 2 EVRM Pro, omdat het gebruik van het middel niet in het algemeen wordt verboden en er voldoende alternatieven zijn.
Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de situaties niet vergelijkbaar zijn. De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte zonder toestemming handelde en veroordeelde hem tot een geldboete van 100 gulden, met een subsidiaire hechtenisstraf van 2 dagen bij niet-betaling.
De uitspraak benadrukt dat het recht op vrije meningsuiting beperkingen kent ter bescherming van anderen en dat onwetendheid over de noodzaak van toestemming niet vrijpleit. Het vonnis is gewezen door rechter Valk en is uitgesproken op 30 oktober 2001.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van 100 gulden, subsidiair twee dagen hechtenis wegens overtreding van het aanplakverbod in Delft.