ECLI:NL:RBSGR:2001:AD4855
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod op Nederlandse steun aan militaire acties VS in Afghanistan na 11 september 2001
Op 11 september 2001 werden de Verenigde Staten getroffen door een grootschalige terreuraanval, waarna de Veiligheidsraad resoluties aannam die het recht op individuele en collectieve zelfverdediging bevestigden. De VS startten op 7 oktober 2001 militaire acties tegen de Taliban en Al-Qaeda in Afghanistan, gesteund door het Verenigd Koninkrijk.
Eiseressen, bestaande uit verschillende vredes- en politieke organisaties, vorderden in kort geding dat Nederland zou worden verboden medewerking te verlenen aan deze militaire acties zolang de Veiligheidsraad geen expliciete opdracht gaf. Zij stelden dat de aanslagen niet als een gewapende aanval in de zin van artikel 51 VN Pro-Handvest konden worden aangemerkt en dat de militaire acties disproportioneel en onrechtmatig waren.
De rechtbank oordeelde dat de aanslagen wel degelijk als een gewapende aanval kwalificeren, mede vanwege de betrokkenheid van Al-Qaeda en de steun van de Taliban, en dat de militaire acties van de VS en het Verenigd Koninkrijk gerechtvaardigd zijn op grond van het zelfverdedigingsrecht. Tevens werd geoordeeld dat Nederland's steun niet in strijd is met artikel 90 Grondwet Pro. De vordering werd afgewezen en eiseressen werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en bevestigt dat de militaire acties van de VS gerechtvaardigd zijn op grond van artikel 51 VN-Handvest.