ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2898
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring rechtbank wegens mondelinge afwijzing visumaanvraag
Verzoeker diende op 12 juli 2001 een schriftelijke aanvraag in voor een terugkeervisum om zijn ernstig zieke moeder in Marokko te bezoeken. Verweerder wees deze aanvraag op dezelfde dag mondeling af, met als reden dat verzoeker geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft. Verzoeker stelde hiertegen administratief beroep in en verzocht de president van de rechtbank om een voorlopige voorziening.
De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een besluit een schriftelijke publiekrechtelijke rechtshandeling moet zijn. Een mondelinge afwijzing voldoet hier niet aan en is daarom geen besluit waartegen beroep kan worden ingesteld. Artikel 72 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 breidt het begrip besluit uit, maar deze uitbreiding geldt niet voor mondelinge afwijzingen die geen rechtens relevante handeling vormen.
De rechtbank concludeerde dat de mondelinge afwijzing geen zelfstandig rechtsgevolg heeft en dat de situatie van het uitblijven van een schriftelijke beschikking voortduurt. Verzoeker kan binnen de grenzen van de Awb bezwaar of beroep aantekenen tegen het uitblijven van een schriftelijke beslissing. De president verklaarde zich daarom onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek om een voorlopige voorziening.
Uitkomst: De president verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de mondelinge afwijzing van de visumaanvraag wegens het ontbreken van een schriftelijk besluit.