ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2793
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.P. Smit
- Rechtspraak.nl
Bewaring vreemdeling onrechtmatig wegens te late kennisgeving aan rechtbank
Eiser, een Turkse vreemdeling, werd op 26 april 2001 in bewaring gesteld wegens illegaal verblijf en het vermoeden dat hij zich aan uitzetting zou onttrekken. De Staatssecretaris van Justitie stuurde de kennisgeving van deze bewaring echter pas op 2 mei 2001 naar de rechtbank, terwijl de wettelijke termijn uiterlijk 1 mei 2001 was.
De rechtbank oordeelde dat de termijn voor kennisgeving op grond van artikel 94 lid 1 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en artikel 6:8 van Pro de Algemene wet bestuursrecht aanvangt op de dag na de inbewaringstelling en dat verlenging wegens een zondag en feestdag correct was toegepast. De feitelijke kennisgeving vond te laat plaats, waardoor de bewaring onrechtmatig werd.
De rechtbank oordeelde dat de bewaring zelf voldoende gemotiveerd en rechtmatig was, maar dat de te late kennisgeving de waarborgen van de vreemdelingenwetgeving schond. Daarom werd de bewaring opgeheven en werd de Staat der Nederlanden veroordeeld tot een schadevergoeding van ƒ 1.200,- en betaling van proceskosten aan eiser.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De bewaring wordt opgeheven wegens te late kennisgeving aan de rechtbank en de Staat wordt veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten aan eiser.