ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2602
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Elkerbout
- Raeijmaekers
- Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Beslissing tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij vuurwerkdelicten
De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 15 juni 2001 een beslissing genomen op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, waarbij het wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde en medeveroordeelden werd vastgesteld.
De zaak betreft veroordelingen voor deelname aan een criminele organisatie gericht op vuurwerkdelicten en medeplichtigheid aan overtredingen van de Wet milieugevaarlijke stoffen. Uit rapportages van het Bureau financiële Ondersteuning van de politie Haaglanden en een aanvullend rapport van een forensisch accountant blijkt dat het wederrechtelijk verkregen voordeel over de jaren 1994 tot en met 1997 circa 2,6 miljoen gulden bedraagt.
De rechtbank acht de berekeningen deugdelijk onderbouwd en wijst het verweer van de veroordeelde af dat zijn draagkracht ontoereikend zou zijn om aan de betalingsverplichting te voldoen. De ontnemingsmaatregel is een zelfstandige sanctie die niet verminderd kan worden door reeds opgelegde geldboetes. De rechtbank legt veroordeelde een betalingsverplichting van 2.366.000 gulden op aan de Staat en bepaalt dat betaling door medeveroordeelden veroordeelde van betaling zal bevrijden.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de veroordeelde op 8 mei 2001 verworpen, waarmee de veroordelingen onherroepelijk zijn geworden. De beslissing is genomen door de meervoudige strafkamer onder voorzitterschap van mr. Elkerbout.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van 2.366.000 gulden aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.