ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2600
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- De Vries
- Van der Veen
- Schaffels
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en veroordeling tot negen maanden gevangenisstraf wegens seksueel binnendringen bij lichamelijke onmacht
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde op 9 juli 2001 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van meerdere feiten, waaronder seksueel binnendringen bij een minderjarig slachtoffer in een staat van lichamelijke onmacht. Tijdens de terechtzitting op 25 juni 2001 werd verdachte bijgestaan door zijn raadsman en gehoord.
De officier van justitie vorderde vrijspraak voor het primaire tenlastegelegde en een gevangenisstraf van twaalf maanden voor het subsidiaire en tweede tenlastegelegde feit. De rechtbank achtte echter alleen het subsidiaire feit wettig en overtuigend bewezen en sprak verdachte vrij van de overige feiten.
De bewezenverklaring betrof het seksueel binnendringen van het slachtoffer terwijl deze niet meer aanspreekbaar was en haar wil niet kon bepalen. De rechtbank oordeelde dat verdachte misbruik had gemaakt van de weerloze toestand van het slachtoffer en haar lichamelijke integriteit had geschonden. Dit werd zwaar aangerekend, maar de rechtbank hield rekening met het feit dat verdachte niet eerder was veroordeeld.
Op grond van artikel 243 van Pro het Wetboek van Strafrecht werd verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen maanden, met aftrek van de tijd die hij reeds in voorlopige hechtenis had doorgebracht. De rechtbank sprak verdachte vrij van de overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van enkele feiten en veroordeeld tot negen maanden gevangenisstraf voor seksueel binnendringen bij een slachtoffer in staat van lichamelijke onmacht.