ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2600

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
11 juli 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
09/925403-01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • De Vries
  • Van der Veen
  • Schaffels
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 243 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak en veroordeling tot negen maanden gevangenisstraf wegens seksueel binnendringen bij lichamelijke onmacht

De rechtbank 's-Gravenhage behandelde op 9 juli 2001 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van meerdere feiten, waaronder seksueel binnendringen bij een minderjarig slachtoffer in een staat van lichamelijke onmacht. Tijdens de terechtzitting op 25 juni 2001 werd verdachte bijgestaan door zijn raadsman en gehoord.

De officier van justitie vorderde vrijspraak voor het primaire tenlastegelegde en een gevangenisstraf van twaalf maanden voor het subsidiaire en tweede tenlastegelegde feit. De rechtbank achtte echter alleen het subsidiaire feit wettig en overtuigend bewezen en sprak verdachte vrij van de overige feiten.

De bewezenverklaring betrof het seksueel binnendringen van het slachtoffer terwijl deze niet meer aanspreekbaar was en haar wil niet kon bepalen. De rechtbank oordeelde dat verdachte misbruik had gemaakt van de weerloze toestand van het slachtoffer en haar lichamelijke integriteit had geschonden. Dit werd zwaar aangerekend, maar de rechtbank hield rekening met het feit dat verdachte niet eerder was veroordeeld.

Op grond van artikel 243 van Pro het Wetboek van Strafrecht werd verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen maanden, met aftrek van de tijd die hij reeds in voorlopige hechtenis had doorgebracht. De rechtbank sprak verdachte vrij van de overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van enkele feiten en veroordeeld tot negen maanden gevangenisstraf voor seksueel binnendringen bij een slachtoffer in staat van lichamelijke onmacht.

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE 'S-GRAVENHAGE, STRAFSECTOR
MEERVOUDIGE KAMER
(VERKORT VONNIS)
parketnummer 09/925403-01
rolnummer 0007
's-Gravenhage, 9 juli 2001
De arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
Verdachte,
geboren 1982 te Delhi (India),
thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting “De Schie” te Rotterdam.
De terechtzitting.
Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 25 juni 2001.
De verdachte, bijgestaan door de raadsman mr. J. Singh, advocaat te Hoofddorp, is verschenen en gehoord.
De officier van justitie mr. Keulen heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding onder primair telastgelegde wordt vrijgesproken en dat verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding onder 1 subsidiair en 2 telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.
De telastlegging.
Aan verdachte is telastgelegd - na wijziging van de telastlegging ter terechtzitting - hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A, en van de vordering wijziging telastlegging, gemerkt A1.
Vrijspraak.
De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte bij - gewijzigde - dagvaarding onder 1 primair en 2 is telastgelegd, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.
De bewijsmiddelen.
P.M.
De bewezenverklaring.
Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast en is de rechtbank op grond daarvan tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat verdachte het bij dagvaarding onder 1 subsidiair vermelde feit heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht -en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering verdachte niet in de verdediging is geschaad- de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.
Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat het na te melden misdrijf oplevert.
Verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.
Strafmotivering.
Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden, waaronder het is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Voorts wordt met betrekking tot de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf het volgende overwogen.
De verdachte heeft zelf contact gezocht met het minderjarige slachtoffer. Pas op het moment dat hij wist dat zij niet (meer) aanspreekbaar was en haar wil niet (meer) kon bepalen of kenbaar maken, heeft hij haar blote lichaam betast en is hij tevens haar lichaam seksueel binnengedrongen. Hij heeft daarmee misbruik gemaakt van de fysiek weerloze toestand waarin zij zich bevond en heeft haar lichamelijke integriteit geschonden. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.
Anderzijds neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte, blijkens mededeling van de officier van justitie ter terechtzitting, niet eerder is veroordeeld terzake van enig misdrijf.
De toepasselijke wetsartikelen.
Artikel 243 van Pro het Wetboek van Strafrecht;
Beslissing.
De rechtbank,
verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem bij - gewijzigde - dagvaarding onder 1 primair en 2 telastgelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart in voege als overwogen wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het bij dagvaarding 1 subsidiair telastgelegde feit heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:
1 subsidiair:
Met iemand van wie de dader weet dat hij in staat van lichamelijke onmacht verkeert handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.
verklaart het bewezene en verdachte deswege strafbaar;
veroordeelt verdachte te dier zake tot:
gevangenisstraf voor de duur van NEGEN (9) MAANDEN;
bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht bij de uitvoering van de onvoorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
in verzekering gesteld op :16 maart 2001,
in voorlopige hechtenis gesteld op :19 maart 2001;
verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door
Mrs. De Vries, voorzitter,
Van der Veen en Schaffels, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. Van der Putten, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 9 juli 2001.