ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2564
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Y.A.A.G. de Vries
- Rechtspraak.nl
Verlening verblijfsvergunning op grond van Besluit 1/80 voor Turkse werknemer na werkloosheid
Eiser, een Turkse werknemer die sinds 1993 in Nederland verblijft, had een verblijfsvergunning op grond van zijn huwelijk met een Nederlandse vrouw. Na de ontbinding van het huwelijk in 1996 werd zijn aanvraag voor voortgezet verblijf geweigerd omdat hij niet voldeed aan de voorwaarden voor verlenging. De weigering was mede gebaseerd op een periode van werkloosheid van zes weken in 1995, die volgens verweerder niet als onvrijwillig kon worden erkend.
De rechtbank toetste het besluit ex tunc en stelde vast dat eiser gedurende een jaar legale arbeid had verricht en dat de werkloosheid in de betreffende periode onvrijwillig was, wat blijkt uit het ontvangen van een WW-uitkering. Op grond van artikel 6, eerste lid, van Besluit 1/80 heeft een Turkse werknemer na één jaar legale arbeid recht op verlenging van zijn arbeidsvergunning bij dezelfde werkgever, mits deze werkgelegenheid heeft.
De rechtbank volgde de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EG, waarin werd vastgesteld dat aan dit recht ook een verlenging van de verblijfsvergunning verbonden is zolang de werkgever werkgelegenheid biedt. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde de Staat in de proceskosten. Hiermee werd bevestigd dat de rechten van de Turkse werknemer onder Besluit 1/80 ook na een periode van onvrijwillige werkloosheid blijven bestaan.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd, met verlenging van arbeids- en verblijfsvergunning op grond van Besluit 1/80.