ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2417
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting Iraakse verzoekster
Verzoekster, een Iraakse nationaliteit houdende vreemdeling, diende in 1997 een aanvraag in voor vluchtelingenstatus die in 1998 werd afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, maar de Staatssecretaris van Justitie bepaalde dat uitzetting tijdens het bezwaar niet zou worden opgeschort. Verzoekster vroeg daarom in 1999 een voorlopige voorziening om uitzetting te schorsen totdat op het bezwaar zou zijn beslist.
In februari 2001 verleende de Staatssecretaris uitstel van vertrek (u.v.v.) aan verzoekster, maar zij ging hier niet mee akkoord en vorderde schorsende werking (s.w.) van de uitzetting. De president oordeelde dat s.w. en u.v.v. verschillen in rechtsgevolgen, met name in verblijfszekerheid, omdat s.w. geldt tot de beschikking op bezwaar, terwijl u.v.v. eerder kan worden beëindigd, waardoor uitzetting alsnog kan plaatsvinden.
De president stelde vast dat verzoekster belang had bij de voorlopige voorziening en dat proceseconomische overwegingen dit ondersteunen. Gezien de lopende bezwaarprocedure en het ontbreken van een definitieve uitzettingsdreiging, werd het verzoek toegewezen. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen waardoor uitzetting wordt geschorst gedurende bezwaarprocedure.