ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2410
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenrechtelijke beoordeling van vluchtgevaar en binnenlands vestigingsalternatief voor Iraakse asielzoeker
Eiser, een Arabier uit Zuid-Irak en lid van de Communistische Partij, vreesde vervolging vanwege zijn deelname aan de Intifadah van 1991. Zijn ouderlijke woning werd geconfisqueerd en hij verbleef van 1991 tot 1997 in het moerasgebied. Verweerder stelde dat eiser een binnenlands vestigingsalternatief had in Noord-Irak, waardoor geen vluchtelingenstatus toekwam.
De rechtbank oordeelde dat de vrees van eiser gegrond is, mede vanwege zijn bekendheid en politieke activiteiten. Het verblijf in het moerasgebied sluit vervolging niet uit, en de inname daarvan maakt de vrees acuut. Het binnenlands vestigingsalternatief in Noord-Irak is onvoldoende gemotiveerd, vooral omdat eiser geen familie- of politieke banden daar heeft.
Verder stelde de rechtbank vast dat verweerder ten onrechte geen advies van de Adviescommissie voor vreemdelingenzaken heeft ingewonnen. De weigering van de vluchtelingenstatus en de vergunning op humanitaire gronden wordt vernietigd, en verweerder wordt opgedragen een nieuwe beschikking te geven. De Staat wordt veroordeeld in proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de weigering van de vluchtelingenstatus en verblijfsvergunning wordt vernietigd.