ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2377
Rechtbank 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid vreemdelingenbewaring wegens medische ongeschiktheid tot reizen
De rechtbank te 's-Gravenhage behandelde het beroep van een Algerijnse vreemdeling tegen de voortzetting van zijn vreemdelingenbewaring. De vreemdeling verbleef reeds vier weken in een penitentiair ziekenhuis, wat volgens de Vreemdelingencirculaire een belangrijke indicatie is dat reizen onverantwoord is.
De rechtbank stelde vast dat noch namens de vreemdeling, noch uit het dossier bleek dat reizen verantwoord was ondanks zijn medische gesteldheid. Op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) is uitzetting achterwege te laten indien reizen onverantwoord is. Dit leidde tot de conclusie dat de vreemdeling rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, aanhef en onder j, Vw 2000.
De rechtbank oordeelde verder dat de bewaring gebaseerd was op de onrechtmatigheid van het verblijf, maar dat artikel 59 Vw Pro 2000 geen grondslag biedt voor bewaring van een vreemdeling met rechtmatig verblijf. Daarom is de bewaring onrechtmatig en dient deze te worden opgeheven zodra opname in een regulier ziekenhuis mogelijk is of de gezondheidstoestand ontslag toelaat.
De rechtbank wees het beroep gegrond en bepaalde dat de bewaring moet worden opgeheven. Er werd geen aanleiding gezien tot toekenning van schadevergoeding. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling is onrechtmatig en wordt opgeheven vanwege zijn medische ongeschiktheid om te reizen.