ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2364
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A.A. Mondt-Schouten
- W.J. van Bennekom
- R.H.M. Bruin
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning wegens verstrekken onjuiste gegevens in kader witte illegalenbeleid
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling die sinds de jaren tachtig in Nederland verblijft, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van de Tijdelijke regeling witte illegalen (TBV). Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser zich toegang tot de arbeidsmarkt had verschaft door onder een valse naam en sofinummer te werken. Eerder was dit ook al vastgesteld in een uitspraak van 18 juli 1997, waarin de verstrekking van onjuiste gegevens als weigeringsgrond werd erkend.
Eiser voerde aan dat hij vanaf 1995 onder zijn eigen naam en sofinummer werkte en dat het tegenwerpen van onjuiste gegevens onterecht was. Tevens stelde hij dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en dat zijn hoorplicht was geschonden. De rechtbank oordeelde dat het beleid van verweerder, neergelegd in de TBV 1999/23, niet onredelijk was en dat de cumulatieve voorwaarden, waaronder het niet verstrekken van onjuiste gegevens, terecht werden toegepast.
De rechtbank verwierp ook het beroep op bijzondere omstandigheden en het risico bij terugkeer naar Marokko, omdat daarvoor onvoldoende nieuwe feiten waren gesteld. Het beroep op schending van de hoorplicht werd eveneens afgewezen, omdat geen bijzondere individuele omstandigheden een hoorzitting vereisten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee de afwijzing van de aanvraag.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning wegens verstrekken van onjuiste gegevens wordt ongegrond verklaard.