ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2363
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A.A. Mondt-Schouten
- W.J. van Bennekom
- R.H.M. Bruin
- Rechtspraak.nl
Toekenning verblijfsvergunning witte illegalen ondanks ontbreken sofinummer per 1 januari 1992
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling die sinds circa 1989 in Nederland verblijft, vroeg om een verblijfsvergunning op grond van de Tijdelijke regeling witte illegalen (TBV). De aanvraag werd afgewezen omdat eiser bij aanvang van de referteperiode op 1 januari 1992 niet beschikte over een sofinummer, een voorwaarde voor toelating.
De rechtbank oordeelde dat het beleid rond het witte illegalenbeleid in zijn algemeenheid niet onredelijk is en dat de eis van een sofinummer per 1 januari 1992 gerechtvaardigd is vanwege het belang van het aantonen van arbeidsverleden en banden met Nederland. Echter, eiser had vanaf 19 mei 1992 verzekerde arbeid verricht, premies en loonbelasting betaald en was vanaf september 1995 alsnog een sofinummer toegekend.
Verder achtte de rechtbank het aannemelijk dat eiser ononderbroken in Nederland verbleef vanaf 1989, mede op basis van een authentieke huurovereenkomst uit november 1991. De rechtbank concludeerde dat er geen gat in het verblijf was bij aanvang van de referteperiode. De schending van de hoorplicht door verweerder leidde ertoe dat het bestreden besluit niet in stand kon blijven.
De rechtbank vernietigde het besluit, beval een nieuwe beslissing en veroordeelde de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd vanwege schending van de hoorplicht en onredelijkheid van de sofinummer-eis.