AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Weigering legalisatie geboorteakte en verklaring ongehuwd-zijn wegens onvoldoende bewijs
Eiser heeft bij de Nederlandse ambassade in Ghana een aanvraag ingediend voor de legalisatie van een geboorteakte en een verklaring van ongehuwd-zijn. De minister heeft deze legalisaties geweigerd omdat de geboortedatum niet kon worden bevestigd met de aangeleverde documenten en er uiteenlopende verklaringen over het geboortejaar waren.
De rechtbank overweegt dat Ghana als probleemland geldt voor schriftelijk bewijs en dat de bewijslast voor de juistheid van documenten bij de aanvrager ligt. Hoewel niet altijd schriftelijk bewijs vereist is, moeten wel voldoende aanknopingspunten voor verificatie worden geleverd. Eiser heeft onvoldoende objectief bewijs geleverd en de verklaringen uit zijn directe omgeving waren tegenstrijdig, wat de twijfel over de geboortedatum versterkt.
Daarom is het besluit van de minister om de geboorteakte en de verklaring van ongehuwd-zijn niet te legaliseren terecht. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de proceskosten toe aan partijen zelf.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering tot legalisatie van de geboorteakte en verklaring van ongehuwd-zijn wordt ongegrond verklaard.
Uitspraak
ARRONDISSEMENTSRECHTBANK 'S-GRAVENHAGE
sector bestuursrecht
tweede kamer, enkelvoudig
Reg. nr. AWB 00/02908 BESLU
UITSPRAAK
als bedoeld in artikel 8:77
van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
Uitspraak in het geding tussen
[eiser], wonende te [woonplaats], eiser,
en
de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder.
Ontstaan en loop van het geding
Eiser heeft op 31 maart 1998 bij de Nederlandse ambassade te Accra (Ghana) een aanvraag ingediend ter legalisatie van een uittreksel uit het geboorteregister (hierna: de geboorte-akte) alsmede van een verklaring van ongehuwd-zijn.
Bij besluit van 22 oktober 1998 heeft verweerder geweigerd de verklaring van ongehuwd-zijn te legaliseren.
Tegen dit besluit heeft eiser bij brief van 27 oktober 1998 een bezwaarschrift bij verweerder ingediend.
Bij brief van 5 februari 1999 is eiser meegedeeld dat uit het ten aanzien van de geboorte-akte gehouden verificatie-onderzoek enige onduidelijkheden gebleken zijn en dat daarom besloten is een tweede onderzoek uit te voeren. Eiser is daarbij de gelegenheid geboden via ondersteunende documenten van niet recente datum de juistheid van de geboorte-akte aan te tonen.
Bij besluit van 19 maart 1999 heeft verweerder geweigerd de geboorte-akte te legaliseren.
Tegen dit besluit heeft eiser bij brief van 21 april 1999 een bezwaarschrift bij verweerder ingediend, aangevuld bij schrijven van 27 april 1999 en van 10 mei 1999.
Bij brief van 2 juni 1999 heeft eiser een verzoek om voorlopige voorziening ingediend, ingetrokken bij brief van 7 juli 1999.
Bij brief van 23 juni 1999 heeft de secretaris van de bezwaarschriften-commissie het departementale dossier aan eiser toegezonden, met uitzondering van de stukken die betrekking hebben op het door voornoemde ambassade verrichte onderzoek. Daarbij zijn tevens de conclusies van dat onderzoek weergegeven.
Eiser is gehoord omtrent zijn bezwaren door de commissie op 2 september 1999.
Bij besluit van 25 januari 2000, verzonden op gelijke datum, heeft verweerder de bezwaren van eiser ongegrond verklaard.
Tegen dit besluit heeft eiser bij brief van 29 februari 2000, ingekomen bij de rechtbank op 2 maart 2000 en van gronden voorzien bij brief van 4 mei 2000, beroep ingesteld.
Verweerder heeft bij brief van 14 april 2000 de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en tevens de rechtbank verzocht om geheimhouding als bedoeld in artikel 8:29 vanPro de Awb van de stukken die betrekking hebben op het onderzoek dat in opdracht van voornoemde ambassade is uitgevoerd.
Bij brief van 28 april 2000 heeft de rechtbank op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Awb aan eiser meegedeeld dat de beperkte kennisneming van voormelde stukken gerechtvaardigd is. Daarbij is eiser verzocht aan te geven of hij toestemming verleent dat de rechtbank mede op grond van deze stukken uitspraak doet.
Bij brief van 2 mei 2000 heeft eiser meegedeeld dat hij vorenbedoelde toestemming verleent.
Bij brief van 7 juni 2000 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
Bij brief van 10 januari 2001 heeft verweerder meegedeeld niet langer te verzoeken om geheimhouding van verklaringen, die door personen uit de directe omgeving van eiser zijn afgelegd.
Deze stukken zijn vervolgens door de rechtbank in kopie aan eiser verzonden.
Het beroep is op 14 februari 2001 ter zitting behandeld.
Eiser is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. C.A. Lucardie, advocaat.
Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. E.B. Schluter, gemachtigde.
Motivering
Ter motivering van haar in de brief van 28 april 2000 neergelegde beslissing, overweegt de rechtbank dat de door verweerder ingeroepen noodzaak van bescherming van bronnen en van methoden en technieken van onderzoek voldoende rechtvaardiging biedt voor beperking van de kennisneming van de door verweerder met een beroep op 8:29, eerste lid, van de Awb aan de rechtbank en niet (alsnog) aan eiser bekendgemaakte gedingstukken, betreffende het in Ghana verrichte verificatie-onderzoek.
In geschil is of verweerder op juiste gronden geweigerd heeft de voorgelegde documenten te legaliseren.
Verweerder heeft de weigering om de geboorte-akte te legaliseren gebaseerd op de overweging dat de geboortedatum niet bevestigd kan worden op grond van de van de zijde van eiser geleverde documenten en gegevens. Voorts zijn er uiteenlopende verklaringen omtrent zijn geboortejaar afgelegd.
De verklaring van ongehuwd-zijn kan volgens verweerder niet gelegaliseerd worden omdat pas tot legalisatie van documenten omtrent de burgerlijke staat van personen kan worden overgegaan indien de persoonsgegevens van deze persoon aan de hand van een na verificatie gelegaliseerd geboorte-bewijs kunnen worden vastgesteld. Aan deze voorwaarde is niet voldaan.
Eiser heeft aangevoerd dat de op de geboorte-akte vermelde geboortedatum van […]
[…] 1972 correspondeert met het informatieformulier, het "junior secondary leaving certificat" van de […][…] school, de "letter of recommendation" van deze school en de verklaring van ongehuwd-zijn. Aan de verklaringen van derden dat hij 30 jaar oud is kan geen waarde worden gehecht aangezien het hier om schattingen moet gaan.
Nu er kennelijk geen registratie van eiser op zijn oude school bestaat en hij ook niet is gedoopt en geen "weighing card" heeft, had verweerder in elk geval zijn vroegere leraar moeten benaderen voor informatie. Voorts heeft hij verwezen naar de circulaire van 8 mei 1996, op grond waarvan in geval van de onmogelijkheid de legalisatieprocedure te volgen, dient te worden bezien of een andere procedure mogelijk is. In die circulaire wordt ten aanzien van Ghana verder ook niet de eis gesteld dat de inhoud van documenten dient te worden gestaafd met schriftelijke bescheiden.
De rechtbank overweegt het volgende.
Ghana is met ingang van 1 april 1996 aangemerkt als probleemland op het gebied van schriftelijk bewijs. Zulks betekent dat uit Ghana afkomstige documenten slechts worden gelegaliseerd nadat is vastgesteld dat deze authentiek zijn, door de bevoegde autoriteiten zijn afgegeven en bovendien inhoudelijk juist zijn bevonden. De rechtbank heeft meermaals uitgesproken dat zij dit beleid, waarbij twijfel aan de juistheid van het document het uitgangspunt vormt, niet onredelijk acht.
De rechtbank heeft eveneens aanvaard dat de bewijslast van de deugdelijkheid van het document op grond van verweerders beleid bij de aanvrager ligt. Van de betrokkene mag dan ook worden verlangd dat hij in het kader van zijn aanvraag aanvullende gegevens en ondersteunend bewijsmateriaal overlegt. Deze eis gaat niet zóver, dat op alle onderdelen van het ter legalisatie aangeboden document bij aanvraag schriftelijk bewijs mag worden verlangd. De door of namens de aanvrager verstrekte gegevens en bewijsstukken zullen echter voldoende aanknopingspunten moeten bieden voor de verificatieprocedure.
Wat betreft de geboorte-akte is de rechtbank van oordeel dat eiser onvoldoende ondersteunend bewijs heeft geleverd, afkomstig uit een objectieve bron, voor de in dat document genoemde geboortedatum.
Daartoe wordt overwogen dat aan de door eiser overgelegde, uit 1987 daterende, verklaringen van de […] […] School geen doorslaggevende betekenis kan worden toegekend omdat deze geen geboortedatum vermelden, er van de school geen administratie voorhanden is en het wel vermelde geboortejaar dus niet kan worden gecontroleerd.
Het informatieformulier waarnaar eiser heeft verwezen is opgesteld naar aanleiding van onderhavige legalisatie-aanvraag zodat, gelijk verweerder heeft gesteld, daaraan geen objectieve betekenis kan toekomen. Verder staat de geboortedatum ook in de verklaring van ongehuwd-zijn maar aangezien verweerder deze verklaring, zoals uit het hierna volgende blijkt, naar het oordeel van de rechtbank terecht heeft geweigerd te legaliseren, kan in dit document evenmin bevestiging voor de geboortedatum worden gevonden.
De rechtbank merkt op dat verweerder terecht heeft aangegeven dat het onder omstandigheden, bijvoorbeeld als de aanvrager niet beschikt over bruikbare ondersteunende documenten die zijn persoonsgegevens bevatten en ook nergens met zijn persoonsgegevens geregistreerd staat, niet redelijk kan zijn om vast te houden aan het uitgangspunt dat legalisatie van een document uit een probleemland slechts mogelijk is wanneer de aanvrager uit objectieve bron afkomstige, ondersteunende gegevens heeft verstrekt.
Verweerder heeft in dit verband in zijn verweerschrift opgemerkt dat een situatie waarin in redelijkheid niet aan dit uitgangspunt kan worden vastgehouden zich slechts zal voordoen wanneer tijdens het verificatie-onderzoek niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de in beginsel reeds aanwezige twijfel versterken.
Bovendien moet het aannemelijk zijn dat een aanvrager zich voldoende heeft ingespannen om de door verweerder gewenste ondersteunende gegevens te verzamelen. Daartoe is noodzakelijk dat de aanvrager juiste en volledige informatie heeft verstrekt over zijn/haar "levensloop" en familie-achtergrond. In elk geval verlangt verweerder van een aanvrager dat deze voldoende aanknopingspunten voor het verificatie-onderzoek verstrekt. Als aanknopingspunt kunnen in elk geval dienen (oude) documenten van bijvoorbeeld scholen, kerken, ziekenhuizen of voormalige werkgevers, maar ook een uitgebreid overzicht van personen die informatie zouden kunnen geven over (het leven van) betrokkene. Indien het verificatie-onderzoek leidt tot de conclusie dat de juistheid van de ter legalisatie aangeboden documenten weliswaar niet wordt bevestigd door middel van objectieve bronnen, bijvoorbeeld omdat de aanvrager niet beschikt over bruikbare ondersteunende documenten die zijn/haar persoonsgegevens bevatten en ook nergens met zijn/haar persoonsgegevens geregistreerd blijkt te zijn, maar tijdens het onderzoek wel kon worden vastgesteld, mede aan de hand van interviews met personen uit de directe (familie)omgeving van de aanvrager, dat de opgegeven levensloop juist is, dan kan in afwijking van het uitgangspunt van het beleid tot legalisatie worden overgegaan. In een dergelijke situatie zijn dan immers vaste ijkpunten in het verleden van de aanvrager gevonden. Of daadwerkelijk tot afwijking van het beleid wordt besloten, hangt van het totale onderzoeksresultaat af.
De rechtbank acht deze wijze van invulling van verweerders inherente bevoegdheid tot afwijking van het door hem gevoerde beleid, niet onredelijk.
In het onderhavige geval is tijdens het verificatie-onderzoek gebleken dat met betrekking tot eisers geboortejaar uiteenlopende verklaringen zijn afgelegd door verschillende personen uit de directe omgeving van eiser. Verweerder heeft zich naar het oordeel van de rechtbank terecht op het standpunt gesteld dat hierdoor de in beginsel aanwezige twijfel omtrent de juistheid van de in het document genoemde geboortedatum is versterkt, zodat geen aanleiding bestaat om van het hiervoor beschreven beleid af te wijken.
Eisers stelling dat het in die verklaringen om schattingen van zijn leeftijd gaat, maakt dit niet anders. In het midden latend of een verklaring van de door eiser genoemde leraar zich onder de nog geheimgehouden stukken bevindt, merkt de rechtbank op dat nu sprake is van meerdere uiteenlopende verklaringen uit de directe omgeving van eiser, niet kan worden ingezien dat een verklaring van genoemde leraar de hiervoor bedoelde versterkte twijfel weg kan nemen.
Met betrekking tot hetgeen eiser naar voren heeft gebracht omtrent de circulaire van 8 mei 1996 van de staatssecretaris van Justitie merkt de rechtbank op dat de passage waarnaar eiser heeft verwezen blijkens de circulaire niet van toepassing is op de als probleemland aangewezen landen.
Eiser heeft terecht opgemerkt dat de eis van schriftelijk bewijs niet in (de bijlage bij) de circulaire wordt gesteld. Zoals uit het hiervoor overwogene blijkt sluit het door verweerder gehanteerde beleid ook niet uit dat in bepaalde gevallen zonder schriftelijk bewijs toch tot legalisatie kan worden overgaan.
Uit het vorenstaande volgt dat verweerder de geboorte-akte terecht voor legalisatie heeft geweigerd.
Tot legalisatie van de verklaring van ongehuwd-zijn kan eerst worden overgegaan wanneer de identiteit van eiser vast is komen te staan. Nu de geboorte-akte voor ondeugdelijk moet worden gehouden heeft verweerder zich op goede gronden op het standpunt gesteld dat de verklaring van ongehuwd-zijn evenmin voor legalisatie in aanmerking komt.
Gelet op het vorenstaande dient het beroep ongegrond te worden verklaard.
Van omstandigheden op grond waarvan een van de partijen zou moeten worden veroordeeld in de door de andere partij gemaakte proceskosten, is de rechtbank niet gebleken.
Beslissing
De Arrondissementsrechtbank 's-Gravenhage,
RECHT DOENDE:
verklaart het beroep ongegrond.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Aldus gegeven door mr. C.F. Mewe en in het openbaar uitgesproken op
30 maart 2001, in tegenwoordigheid van de griffier M. van Vlodrop.
Voor eensluidend afschrift,
de griffier van de Arrondissementsrechtbank 's-Gravenhage,