ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2004
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toelating als vluchteling wegens politieke vervolging in Irak
Eiser, afkomstig uit Centraal-Irak en lid van de Arabisch-sjiïtische bevolkingsgroep, verzocht om vluchtelingenstatus en een verblijfsvergunning in Nederland. Hij had deelgenomen aan de Intifadah, was gedeserteerd uit het Iraakse leger en lid van de Al-Dawa-partij, wat hem in conflict bracht met de Iraakse autoriteiten. Na afwijzing van zijn aanvraag en intrekking van zijn voorwaardelijke verblijfsvergunning, stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank beoordeelde de situatie in Irak, met name de moerasgebieden waar eiser zich schuilhield, en concludeerde dat de omstandigheden aldaar verslechterden door militaire acties en drooglegging. De rechtbank achtte het aannemelijk dat eiser door zijn desertie, deelname aan de Intifadah en politieke activiteiten in negatieve belangstelling stond van de Iraakse autoriteiten, ondanks het feit dat hij niet eerder problemen had ondervonden.
De rechtbank verwierp het standpunt van verweerder dat er geen acute vluchtsituatie was, mede op basis van ambtsberichten van de minister van Buitenlandse Zaken over de situatie in het moerasgebied. Gezien deze omstandigheden vernietigde de rechtbank de weigering van de vluchtelingenstatus en de verblijfsvergunning en verplichtte verweerder een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de weigering van vluchtelingenstatus en verblijfsvergunning en beveelt een nieuw besluit te nemen.