ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2003
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit vergunning verblijf wegens onjuiste feiten over vestigingsalternatief Noord-Irak
Eiser, een Chaldeeuwse christen uit Baghdad, verzocht om vluchtelingenstatus en een verblijfsvergunning in Nederland. Zijn aanvraag werd afgewezen omdat verweerder oordeelde dat eiser een vestigingsalternatief had in Noord-Irak, waar hij zonder problemen had verbleven. Verweerder ging daarbij uit van de onjuiste veronderstelling dat Al Qosh niet onder controle stond van de Centraal-Iraakse autoriteiten.
De rechtbank stelde vast dat Al Qosh wel degelijk in een gebied ligt dat door de Centraal-Iraakse autoriteiten wordt gecontroleerd. Dit was een feit van doorslaggevend gewicht bij het besluit van verweerder, waardoor het besluit niet deugdelijk was gemotiveerd en in strijd met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank oordeelde verder dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij in Irak vervolging in vluchtelingenrechtelijke zin te vrezen had, mede omdat hij Irak via een officiële grensovergang had verlaten en geen concrete aanwijzingen bestonden dat hij opnieuw zou worden opgepakt. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor zover het ging om de weigering van een vergunning zonder beperkingen, vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van een verblijfsvergunning zonder beperkingen wordt vernietigd wegens onjuiste feiten over het vestigingsalternatief.