ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2001
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vluchtelingenstatus en vestigingsalternatief voor Iraakse opposant in Noord-Irak
Eiser, lid van de Iraakse Communistische Partij (ICP), heeft langdurig oppositionele activiteiten verricht en is vanwege zijn politieke overtuiging vervolgd en bedreigd in Centraal-Irak. Na verblijf in Noord-Irak, waar hij ondergedoken zat, vluchtte hij in 1997 naar Nederland en vroeg asiel aan. Verweerder wees de aanvraag af met het argument dat eiser een binnenlands vestigingsalternatief in Noord-Irak heeft.
De rechtbank acht het aannemelijk dat eiser als vluchteling moet worden erkend wegens de dreiging door Iraakse autoriteiten in Centraal-Irak. Echter, de rechtbank stelt dat verweerder onvoldoende heeft onderzocht en gemotiveerd of eiser daadwerkelijk banden heeft met Noord-Irak die hem toegang tot essentiële voorzieningen bieden. Het beleid om Centraal-Irakezen zonder uitzondering een vestigingsalternatief in Noord-Irak tegen te werpen, wordt als onvoldoende onderbouwd beoordeeld.
De rechtbank vernietigt de beschikking van 29 maart 1999 en beveelt een nieuwe beslissing. Het beroep tegen de intrekking van de voorwaardelijke vergunning tot verblijf wordt ongegrond verklaard. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Beroep gegrond voor vluchtelingenstatus, beschikking vernietigd; beroep tegen intrekking vvtv ongegrond.