ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1992
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J. van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting bewaring vreemdeling zonder reëel zicht op uitzetting
De vreemdeling, geboren in 1977 en verblijvend in het Huis van Bewaring te Zwolle, was sinds 23 november 2000 in bewaring op grond van artikel 26 Vreemdelingenwet Pro. Na eerdere uitspraak van 7 december 2000 waarbij het beroep op opheffing van bewaring ongegrond werd verklaard, stelde de vreemdeling op 12 februari 2001 opnieuw beroep in tegen de voortzetting van de bewaring.
De rechtbank constateert dat na de eerdere uitspraak geen concrete uitzettingsactiviteiten meer zijn verricht. De presentatie bij de Nigeriaanse autoriteiten, gepland op 17 januari 2001, kon niet doorgaan vanwege vervoersproblemen en een interne reorganisatie bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst, wat voor rekening en risico van verweerder komt. De volgende presentatie was pas mogelijk op 15 maart 2001, waardoor er geen reëel zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestond.
De rechtbank acht de voortzetting van de bewaring onrechtmatig vanaf 17 januari 2001 en kent de vreemdeling een schadevergoeding toe voor de periode van 34 dagen tot 20 februari 2001. De schadevergoeding wordt gematigd tot een kwart vanwege het frustreren van het onderzoek naar identiteit door de vreemdeling. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten ten laste van de Staat der Nederlanden.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage, voor zover het de schadevergoeding betreft.
Uitkomst: De voortzetting van de bewaring is onrechtmatig verklaard en er is een schadevergoeding van f. 1275,- toegekend.